Kobudo-training bestaat meestal uit vier onderdelen:

  • Taisho
  • Kion
  • Kata
  • Kumite

De taisho is bedoeld om je spieren en gewrichten warm te maken. Het is een licht tot middelmatig intensieve warming-up. We doen verschillende oefeningen voor kracht, conditie en soeplesse, die je ook bij andere sporten tegen komt. Meestal is de taisho kort; de focus van de training ligt op de andere drie onderdelen.

Kion is het herhaaldelijk oefenen van dezelfde beweging (meestal een aanval of een verdediging) terwijl je je voortbeweegt. Iedereen oefent daarbij een aantal basistechnieken op zijn of haar eigen niveau. Met kion train je belangrijke basiselementen van budo, waaronder houding, beweging en krijgsgeest.

Een kata is een denkbeeldig gevecht tegen meerdere tegenstanders. Je voert een reeks technieken in een vaste volgorde achter elkaar uit. Daarbij let je onder meer op je techniek, ademhaling en beleving. In kata komen alle elementen van budo samen. Hoe verder je komt, des te meer je in je kata’s ontdekt. Voorbeelden van onze kata.

Kumite is het vrije gevecht, of in ons geval: het bijna vrije gevecht. Je oefent een aantal technieken met een directe tegenstander. Tijdig reageren, een goede ma-ai (gevechtsafstand) en juiste intentie zijn hierbij van belang. Net als bij kata en kion geeft de leraar aan welke kumite’s er geoefend worden.

Bij Migaku trainen op traditionele wijze: aandachtig en serieus, met respect voor de gebruiken in een Japanse dojo. Dat doen we wel in een gemoedelijke en ontspannen sfeer, waarbij er zeker ook gelachen mag worden.